ABC nierziekten

/ABC nierziekten
ABC nierziekten 2014-12-03T16:10:13+00:00

A

acute nierinsufficiëntie
Plotseling verlies van de nierfunctie. Dit kan tijdelijk of permanent zijn. Zie ook chronische nierziekte.

ader
Een bloedvat dat het bloed naar het hart voert.  Zie ook slagader.

afweersysteem
Het systeem van het lichaam waarmee het zichzelf beschermt tegen virussen en bacteriën of andere ‘vreemde’ stoffen.

amylodose
Een aandoening waarbij een eiwitachtig materiaal zich in een of meer organen ophoopt. Dit materiaal kan niet worden afgebroken en verstoort de normale functie van dat orgaan. Mensen die al een aantal jaren dialyse ondergaan, ontwikkelen vaak amyloïdose doordat de bij dialyse gebruikte kunstmatige membranen niet in staat zijn het eiwitachtige materiaal uit het bloed te filtreren.

anemie
Zie bloedarmoede.

angiotensine
Een hormoon dat door de nieren wordt geproduceerd.

arterioveneuze (AV) fistel
Operatief aangebrachte rechtstreekse verbinding tussen een slagader en een ader, meestal in de onderarm, aangelegd bij patiënten die hemodialyse ondergaan. Door de AV-fistel wordt de ader dikker, zodat het herhaaldelijk inbrengen van naalden voor de hemodialyse mogelijk wordt.

atheroom
Zie atherosclerose.

atherosclerose
Naarmate mensen ouder worden, worden de slagaders vaak nauwer door de afzetting van cholesterol en andere vetten. Ze kunnen daardoor verstopt raken. Dit geleidelijke proces van ‘dichtslibben’ wordt atheroom of atherosclerose genoemd.

auto-immuunziekte
Een ziekte die optreedt wanneer het afweersysteem van het lichaam ten onrechte het lichaam zelf aanvalt.

B

blaas
Het ballonvormige orgaan in het bekken waarin de urine opgeslagen wordt.

bloedarmoede
De aandoening waarbij het bloed te weinig rode bloedcellen bevat. Gezonde rode bloedcellen vervoeren zuurstof door het lichaam. Als het bloed te weinig rode bloedcellen bevat, krijgt het lichaam onvoldoende zuurstof. Mensen met bloedarmoede kunnen vermoeid zijn, bleek zien en voelen dat hun hartslag verandert. Bloedarmoede (of anemie) komt vaak voor bij mensen met een chronische nierziekte of bij mensen die dialyse ondergaan.
Zie erytropoëtine.

bloedtoegang
Een algemene term om de plaats op het lichaam te beschrijven waar bloed het lichaam verlaat voor circulatie door een hemodialysecircuit. Een bloedtoegang kan een arterioveneuze fistel, graft of katheter zijn.

blood urea nitrogen (BUN)
Een afvalstof in het bloed afkomstig van de afbraak van voedingseiwitten. De nieren filtreren het bloed om ureum te verwijderen. Als de nierfunctie afneemt, neemt de hoeveelheid ureum toe.

buikvlies
Zie peritoneum.

BUN
Zie blood urea nitrogen.

C

CAPD
Zie continue ambulante peritoneale dialyse.

chronische nierziekte
Langzaam en progressief verlies van de nierfunctie gedurende een aantal jaren, vaak leidend tot permanente nierinsufficiëntie. Mensen met permanente nierinsufficiëntie hebben dialyse of transplantatie nodig om de functie van de nieren te vervangen.

continue ambulante peritoneale dialyse (CAPD)
Een vorm van peritoneale dialyse. Hiervoor is geen toestel nodig. Met CAPD wordt het bloed steeds gereinigd. De dialyseoplossing stroomt uit een plastic zak via de katheter de buik in. Na een aantal uur laat de patiënt de oplossing in een wegwerpzak lopen en vult de buik weer met verse vloeistof, zodat het reinigingsproces opnieuw begint.

continue cyclische peritoneale dialyse (CCPD)
Een vorm van peritoneale dialyse waarbij een toestel wordt gebruikt en ’s nachts wordt uitgevoerd. Dit toestel vult de buik automatisch met dialyseoplossing en laat die hier weer uitlopen. Een typisch CCPD-schema omvat drie tot vijf nachtelijke wisselingen terwijl de patiënt slaapt. Bij de laatste wisseling voert de patiënt één wisseling uit met een verblijftijd van een hele dag.

creatinine
Een afvalproduct van eiwitten, afkomstig van vlees in de voeding en van de spieren in het lichaam. Gezonde nieren verwijderen creatinine uit het bloed. Naarmate de nierziekte verergert, neemt de hoeveelheid creatinine in het bloed toe.

creatinineklaring
Een test die meet hoe efficiënt de nieren creatinine en andere afvalstoffen uit het bloed verwijderen. Een lage creatinineklaring duidt op een verstoorde nierfunctie.

D

diabetes mellitus
Een aandoening die gekenmerkt wordt door een hoog glucose-(suiker-)gehalte in het bloed. Normaal helpt het hormoon insuline de lichaamscellen bij het gebruiken van glucose als brandstof. Bij diabetes type 1 maakt de alvleesklier weinig of geen insuline aan; bij diabetes type 2 is het lichaam ongevoelig voor de werking van de beschikbare insuline.

dialyse
Het kunstmatig verwijderingsproces van afvalstoffen uit het bloed. Deze taak wordt normaal door de nieren uitgevoerd. Als de nieren niet goed werken, moet het bloed worden gereinigd met speciale apparatuur. De twee belangrijkste vormen van dialyse zijn hemodialyse en peritoneale dialyse.

dialyseoplossing of dialysaat
Een reinigende oplossing die wordt gebruikt bij de twee belangrijkste vormen van dialyse: hemodialyse en peritoneale dialyse. Een dialyseoplossing (of dialysaat) heeft een lage concentratie van de stoffen die uit het bloed verwijderd moeten worden, zodat diffusie van bloed naar dialysaat optreedt.

dialyzer
Zie kunstnier.

donor
Iemand die bloed, weefsel of een orgaan afstaat voor transplantatie. Bij niertransplantatie kan de donor iemand zijn die pas is overleden of nog leeft, meestal een familielid.

E

erytropoëtine
Een hormoon, gevormd door de nieren, dat helpt bij de aanmaak van rode bloedcellen. Een tekort aan dit hormoon kan leiden tot bloedarmoede.

F

fistel
Zie arterioveneuze fistel

G

glomeruli
Meervoud van glomerulus.

glomerulonefritis
Ontsteking van de glomeruli. Meestal veroorzaakt door een auto-immuunziekte maar kan ook het gevolg zijn van een infectie.

glomerulus
Een kluwentje van bloedvaten die het bloed in de nier filtreren. Meervoud: glomeruli.

graft
Bij hemodialyse : een operatief aangelegde toegang tot een bloedvat waarbij met een synthetische lijn een verbinding gemaakt is tussen een slagader en een ader.
Bij transplantatie: het getransplanteerde orgaan of weefsel (transplantaat).

H

hematocrietwaarde
Een maat die aangeeft welk deel van een bloedmonster bestaat uit rode bloedcellen. Een lage hematocrietwaarde duidt op bloedarmoede of ernstig bloedverlies.

hemodialyse
Het verwijderen van afvalstoffen uit het bloed met een toestel bij nierinsufficientie. Het bloed stroomt door lijnen naar een kunstnier, die de afvalstoffen en het overtollige vocht verwijdert. Het gereinigde bloed stroomt via een andere lijnenset terug in het lichaam.

hemodialysetoestel
Zie kunstnier.

hormoon
Een natuurlijke chemische stof, geproduceerd in een bepaald deel van het lichaam en afgegeven aan het bloed, om bepaalde functies elders in het lichaam op te wekken of te regelen. Door de nieren afgegeven hormonen zijn onder meer erytropoëtine en een actieve vorm van vitamine D, die een rol speelt bij de regulatie van het calciumgehalte voor de botten.

hypertensie
Hoge bloeddruk, kan worden veroorzaakt door te veel vocht in de bloedvaten of vernauwing van de bloedvaten.

I

ideaal gewicht
Het ideale gewicht voor iemand na hemodialyse. Het gewicht waarbij de bloeddruk van een persoon normaal is en er geen sprake is van zwelling omdat al het overtollige vocht verwijderd is.

immuunsysteem
Het systeem van het lichaam waarmee het zichzelf beschermt tegen virussen en bacteriën of andere ‘vreemde’ stoffen.

immunosuppressivum
Een geneesmiddel dat toegediend wordt om de natuurlijke reacties van het afweersysteem van het lichaam te onderdrukken. Immunosuppressiva worden toegediend aan transplantatiepatiënten om afstoting van het orgaan te voorkomen en aan patiënten met bepaalde auto-immuunziekten.

K

kalium
Een mineraal dat in het lichaam en in veel voedingsmiddelen voorkomt. Wanneer je nieren niet goed werken kan het lichaam moeite hebben de kaliumconcentratie op peil te houden. Een te hoog kaliumgehalte kan leiden tot hartritmestoornissen.

katheter
Een lijn door de huid ingebracht in een bloedvat of een holte om lichaamsvloeistoffen te laten uitlopen of vocht te laten inlopen. Bij peritoneale dialyse wordt een katheter gebruikt om dialyseoplossing de buikholte te laten in- en weer uitlopen.

kruisproef
Voor een transplantatie wordt het bloed van de donor gekruist met dat van de ontvanger om na te gaan of beide met elkaar verenigbaar (compatibel) zijn.

kunstnier
De kunstnier heeft twee compartimenten die door een membraan worden gescheiden. Het ene compartiment bevat de dialyseoplossing, het andere het bloed van de patiënt.
Zie ook dialyzer en hemodialysetoestel.

M

membraan
Een dun vlies of dunne weefsellaag die een holte bekleedt of twee delen van het lichaam van elkaar scheidt. Een membraan kan werken als een filter die bepaalde deeltjes van het ene deel van het lichaam naar het andere doorlaat, terwijl andere stofjes tegengehouden worden. De kunstmatige membraan in een kunstnier filtreert afvalproducten uit het bloed.

N

natrium
Een mineraal dat in het lichaam en in veel voedingsmiddelen voorkomt.

nefrectomie
Chirurgische verwijdering van een nier.

nier
Een van de twee boonvormige organen die afvalstoffen uit het bloed filtreren. De nieren liggen aan weerszijden van de ruggengraat, onder de ribben, achterin de buikholte. Ze zijn elk zo’n 12 cm groot. De nieren vormen urine, die afgevoerd wordt naar de blaas door afvoerbuizen, de urineleiders.

nierinsufficiëntie
Verlies van nierfunctie.
Zie ook terminale nierinsufficiëntie en chronische nierziekte.

O

oedeem
Zwelling, veroorzaakt door te veel vocht in het lichaam.

osteodystrofie
Een botafwijking, ontstaan door afwijkende hoeveelheden fosfaat, calcium en
vitamine D.

P

peritoneum
Het natuurlijke membraan (buikvlies) dat de binnenkant van je buikholte bekleedt. De kleine gaatjes in het membraan werken als filter.

peritoneale dialyse
Reiniging van het bloed door gebruik van de bekledende laag van de buikholte (het buikvlies) als filter. Een reinigende vloeistof, de dialyseoplossing, loopt uit een zak in de buik. Vocht en afvalstoffen stromen door de bekledende laag van de holte en blijven ‘gevangen’ in de dialyseoplossing. De oplossing stroomt vervolgens uit de buik, waarbij het overtollige vocht en de afvalstoffen uit het lichaam verwijderd worden. Er zijn twee belangrijke vormen van peritoneale dialyse: CAPD en CCPD.

peritoneale holte
De ruimte binnen in de onderbuik, buiten de inwendige organen.

plasbuis
De buis die de urine van de blaas uit het lichaam afvoert.

R

renaal
Met betrekking tot de nieren. Een renale ziekte is een ziekte van de nieren.

renine
Een hormoon gevormd door de nieren dat de hoeveelheid vocht in het lichaam en de bloeddruk helpt te reguleren.

renovasculaire ziekte
‘Ren’ betekent nier, ‘vasculair’ verwijst naar de bloedvaten, dus: ‘met betrekking tot de niervaten’. De ziekte kan leiden tot een afsluiting van de slagaders die het bloed naar de nieren voeren.

S

slagader
Een bloedvat dat het bloed van het hart afvoert, verder het lichaam in.
Zie ook ader.

T

terminale nierinsufficiëntie
Volledige en blijvende nierinsufficiëntie. Wanneer de nieren niet meer functioneren, houdt het lichaam vocht vast en hopen zich schadelijke stoffen op. Iemand met TNI heeft behandeling nodig om de functie van de niet-werkende nieren te vervangen.

TNI
Zie terminale nierinsufficiëntie.

toegang
Bij dialyse de plaats op het lichaam waar een naald of een katheter wordt ingebracht.
Zie ook arterioveneuze fistel, graft en katheter.

transplantatie
Vervanging van een door ziekte aangetast orgaan door een gezond orgaan. Een getransplanteerde nier (het transplantaat) kan afkomstig zijn van een levende donor, meestal een familielid, of van iemand die pas overleden is.

U

ureum
Een afvalproduct in het bloed, afkomstig van de normale afbraak van eiwitten in de lever. Ureum wordt normaal door de nieren uit het bloed verwijderd en vervolgens uitgescheiden in de urine. Ureum hoopt zich op in het lichaam van mensen met nierinsufficiëntie.

urine
Vloeibaar afvalproduct dat door de nieren uit het bloed gefiltreerd wordt, opgeslagen in de blaas en uit het lichaam verwijderd via de plasbuis door urinelozing (plassen).

urineleiders
Afvoerbuizen die urine van de nieren naar de blaas voeren.

urinelozing
Het verwijderen van urine uit de blaas naar buiten (plassen).

urineonderzoek
Een onderzoek van een urinemonster dat informatie kan opleveren over veel problemen van de urinewegen en andere lichaamsstelsels. Het monster kan worden onderzocht op kleur, troebelheid en concentratie, aanwijzingen voor geneesmiddelen- en/of druggebruik, chemische samenstelling waaronder suiker, aanwezigheid van eiwitten, bloedcellen of bacteriën of andere aanwijzingen voor ziekte. Urineonderzoek kan worden gedaan op verse urine of op 24 uursverzamelurine.

urinewegstelsel
Het systeem dat afvalstoffen uit het bloed haalt en die uit het lichaam afvoert in de vorm van urine. Het urinewegstelsel omvat de nieren, nierbekkens, urineleiders, blaas en plasbuis.

V

veneuze lijn
Bij hemodialyse de lijnenset die het bloed van de kunstnier naar het lichaam terugvoert.

verblijftijd
Bij peritoneale dialyse de tijd waarin de dialyseoplossing in de buikholte van de patiënt blijft tijdens een wisseling.

W

wisseling
Bij peritoneale dialyse de uitloop van gebruikte dialyseoplossing uit de buik, gevolgd door opnieuw vullen met verse oplossing.